|
Horecaondernemers conformeren zich aan de uitvoering van het collectief horecaverbod, doordat zij zich registeren bij de Stichting Criminaliteitsbeheersing Twente. Deelnemende horecazaken maken dit aan hun klant(en) kenbaar doormiddel van een deelname sticker bij de ingang van de zaak.
Voorwaarden collectief horecaverbod
Aan de volgende voorwaarden dient minimaal te zijn voldaan, voordat door de politie een collectief winkelverbod aan een betrokkene kan opleggen namens de horecaondernemer(s).
- Horeca-eigenaar moet aan alle klanten kenbaar maken dat gebruik wordt gemaakt van het collectief horecaverbod (middels deelnemerssticker bij de ingang);
- De verdachte moet twee keer een strafbaar feit plegen binnen twaalf maanden bij een aangesloten horecagelegenheid in Twente;
- Van het gepleegde feit moet aangifte gedaan worden;
- Het collectief horecaverbod moet door betrokken partijen, ondernemer en verdachte, schriftelijk worden vastgelegd;
- De verdachte krijgt een afschrift van de ontzegging uitgereikt;
- De duur van het collectief horecaverbod moet worden vastgesteld door de toetsingscommissie welke bestaat uit horecaondernemer en de wijkagent horeca. De ontzegging kan variëren van 1 maand tot 24 maanden.
Aangifte en controle status verdachte
Bij de constatering van een strafbaar feit op heterdaad in de horecazaak of op het terras, wordt de verdachte aangehouden. Hierop wordt door de horeca-eigenaar de politie gebeld en aangifte gedaan.
De verdachte wordt vervolgens overgenomen door de ter plaatse gekomen politie. Op het politiebureau wordt door de behandelende verbalisant gecontroleerd of het strafbare feit is gepleegd bij een bij het collectief horecaverbod aangesloten horecazaak. Vervolgens wordt door de behandelende verbalisant nagegaan wat de ‘status’ van de aangehouden verdachte is.
Dit houdt in of de verdachte eerder een gele kaart (waarschuwing) of rode kaart (collectief horecaverbod) opgelegd heeft gekregen. Heeft de verdachte eerder een gele kaart gekregen, dan wordt vervolgens een rode kaart uitgereikt.
Gele kaart
Een gele kaart wordt uitgereikt aan de aangehouden verdachte als blijkt, dat tegen hem/haar de voorgaande twaalf maanden nog geen proces-verbaal is opgemaakt ter zake baldadigheid, diefstal/verduistering, vernieling, bedreiging, eenvoudige mishandeling, bezit en/of gebruik van soft- en harddrugs, wapenbezit (pepperspray, traangas e.d.) en overtreding 'normaal' pandverbod bij een aangesloten horecazaak. De gele kaart geldt dan als een waarschuwing met een geldigheidstermijn van 12 maanden.
Rode kaart
De rode kaart wordt opgelegd aan een verdachte, waartegen in de voorgaande 12 maanden reeds eerder proces verbaal is opgemaakt ter zake een strafbaar feit bij een aangesloten horecaonderneming in Twente. Wederom moet hier wel aangifte van gedaan worden bij de politie. De toetsingscommissie, bestaande uit een horecaondernemer en de wijkagent horeca, bepaalt de termijn van het op te leggen collectief horecaverbod variërend van 1 maand tot 24 maanden.
In gevallen waarbij sprake is van mishandeling/bedreiging van portier/medewerker, bedreiging met een wapen, wapenbezit (boksbeugels, wapenstokken, steekwapens, vuurwapen of gelijkend namaakwapen e.d.), handel in soft- en harddrugs, diefstal met geweld, openlijke geweldpleging, zware mishandeling (poging) en doodslag (poging) kan direct een rode kaart uitgereikt worden.

Voorbeeld van een gele kaart. Voorbeeld van een rode kaart.
Uitvoering
De politie reikt de gele of rode kaart namens de horeca-eigenaar uit. Vervolgens wordt de kaart ingevuld en aan de verdachte uitgereikt. De verdachte zet vervolgens een handtekening op de uitgereikte kaart. Indien de verdachte weigert om de kaart te ondertekenen, dan dient de reden van weigering te worden genoteerd. Een afschrift van de rode kaart wordt aan de verdachte gegeven en tevens worden er enkele kopieën gemaakt.
Met behulp van deze kopie dient de horecaondernemer het collectief op de hoogte te stellen van de rode kaarthouder door de gegevens en een foto op te sturen naar de Stichting Criminaliteitsbeheersing Twente. De stichting plaatst de gegevens en de foto op de afgescherme website.
Huisvredebreuk
Indien een persoon aan wie een collectief horecaverbod verbod is opgelegd toch een bij het collectief aangesloten horecabedrijf betreedt, kan deze persoon aangehouden worden op grond van huisvredebreuk, conform artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij wordt wederom de politie gebeld, wordt de verdachte overgedragen en dient er aangifte gedaan te worden van huisvredebreuk.
Looptijd
Het project ‘Collectief horecaverbod’ is op dit moment een pilot met een looptijd van twee jaar. Na deze twee jaar zal een evaluatie plaatsvinden en bepaald worden of het collectief horecaverbod blijvend onderdeel zal zijn van het veiligheidsbeleid in de regio Twente.
|